Voorbeeld 3
Soms moet er iets meer out of the box gedacht worden om de oplossing te vinden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:
- Twee figuren wisselen van plek (naast nog eventuele andere patronen, waardoor het moeilijk te zien is)
- Het ene figuur wijst altijd naar het andere figuur
- De onderste rij wordt opgebouwd uit de figuren in de twee rijen daarboven
- etc.
Bijvoorbeeld:

De pijlen in de linkerkolom wijzen naar de positie waar de pijl zich in de tweede kolom bevindt. De pijl in de middelste kolom geeft aan of het andere figuur uit de eerste kolom omhoog of omlaag gaat in de derde kolom (tot helemaal boven of helemaal onderaan). Het antwoord is dus F.