Doe eerst de gratis oefentest letterreeksen. Zo zie je direct op welk niveau je zit en welke patronen je nog lastig vindt.
Bij letterreeksen krijg je een rij letters die een vast patroon volgt; jij bepaalt welke letter op de plek van het vraagteken hoort. Vrijwel alle opgaven zijn terug te voeren op een paar patronen:
Tip: schrijf op je kladpapier het alfabet met posities uit (A=1, B=2 … Z=26). De verschillen tussen de posities maken elk patroon zichtbaar als een rijtje getallen.
Voorbeeldopgave
C – F – I – L – ?
A. M B. N C. O D. P
Antwoord C is juist: de posities zijn 3, 6, 9, 12 — telkens drie verder. De volgende letter staat op positie 15, en dat is de O.
Train vervolgens met de oefensets hieronder. Na elke set zie je je score en per opgave het patroon dat erachter zat.
Sluit af met de makkelijke en moeilijke selecties: makkelijk om vertrouwen op te bouwen, moeilijk om voorbereid te zijn op de lastigste reeksen uit het assessment.