Bij een adaptieve capaciteitentest past de moeilijkheidsgraad zich tijdens de test automatisch aan jouw niveau aan: beantwoord je een vraag goed, dan wordt de volgende moeilijker; zit je ernaast, dan wordt hij makkelijker. Zo bepaalt de test met minder vragen snel en betrouwbaar je niveau. Je kunt niet terugbladeren, dus elke vraag telt vanaf het begin — juist daarom loont het om de vraagtypen vooraf goed te oefenen.
Adaptieve capaciteitentests worden vooral afgenomen door de grote assessmentbureaus. Aon (met de cut-e Scales-testen) en GITP (met de Connector Ability) zijn de bekendste voorbeelden. Oefen je voor een specifieke werkgever, bijvoorbeeld Defensie? Check dan je uitnodiging voor de precieze testvorm.
Een adaptieve capaciteitentest bestaat meestal uit cijferreeksen en een abstract onderdeel — afhankelijk van de test figuurreeksen of matrices — en soms analogieën of syllogismen. Welk abstract onderdeel je krijgt verschilt per test, dus let goed op je uitnodiging.
Omdat de test adaptief is, telt vooral dat je de vraagtypen vlot en met vertrouwen herkent. Doe eerst het gratis oefenassessment om je niveau te bepalen, oefen daarna de losse onderdelen hierboven en sluit af met de volledige simulaties onder tijdsdruk. Wil je breder oefenen? Bekijk dan de algemene assessment oefenen-pagina of de capaciteitentest.
Er zijn verschillende soorten patronen te herkennen die vaak worden toegepast bij figuurreeksen. Door de uitleg met voorbeeldopgaven van de verschillende patronen goed te bestuderen, zul je de patronen makkelijker herkennen tijdens het assessment, sneller werken en minder fouten maken.
We raden aan om minimaal 3 oefensets te doen met tijdsdruk. Aan het einde van elke oefenset geven we aan hoe je score zich verhoudt tot de normgroep en of je sneller of juist preciezer moet werken om een zo hoog mogelijke score op je assessment te halen. Op deze manier weet je precies wanneer jij optimaal voorbereid bent.
Bekijk de resultaten van de assessments die je hebt afgerond om te bepalen of je optimaal voorbereid bent voor het onderdeel cijferreeksen. Door op een assessment te klikken, krijg je meer gedetailleerde resultaten te zien met persoonlijk advies gebaseerd op jouw resultaten ten opzichte van de normgroep.
Bij het oplossen van Analogieën moet je een relatie tussen twee woorden vinden en deze vervolgens toepassen op twee andere woorden. Denk bijvoorbeeld aan:
damp staat tot water als water staat tot ...
1. verhitten 2. fase 3. vocht 4. ijs 5. verkoelen
De beste manier om analogieën op te lossen is over het algemeen om een logische zin te vormen die beide relaties kan beschrijven. Het antwoord is in dit geval ijs: "Als je damp verkoelt, krijg je water. Als je water verkoelt, krijg je ijs".
Er zijn oneindig veel relaties in de wereld, maar de meeste opgaven in het assessment zijn terug te voeren op een beperkt aantal soorten relaties. Deze meest voorkomende relaties worden hieronder behandeld met een korte uitleg. Door deze uitleg goed door te nemen en de bijbehorende oefenopgaven te maken, zul je de relaties steeds makkelijker herkennen en met vertrouwen je assessment in gaan.
We raden aan om minimaal 3 oefensets te doen met tijdsdruk. Aan het einde van elke oefenset geven we aan hoe je score zich verhoudt tot de normgroep en of je sneller of juist preciezer moet werken om een zo hoog mogelijke score op je assessment te halen. Op deze manier weet je precies wanneer jij optimaal voorbereid bent.
Bekijk de resultaten van de assessments die je hebt afgerond om te bepalen of je optimaal voorbereid bent voor het onderdeel cijferreeksen. Door op een assessment te klikken, krijg je meer gedetailleerde resultaten te zien met persoonlijk advies gebaseerd op jouw resultaten ten opzichte van de normgroep.
Er zijn grofweg zes verschillende soorten patronen te herkennen die vaak worden toegepast bij cijferreeksen. Door de uitleg met voorbeeldopgaven van de verschillende patronen goed te bestuderen, zul je de patronen makkelijker herkennen tijdens het assessment, sneller werken en minder fouten maken.
Je kunt direct een gratis cijferreeksen oefenassessment doen om te kijken waar je staat. Na afloop van de test krijg je toegang tot de uitgewerkte antwoorden en zie je hoe goed je hebt gescoord ten opzichte van de andere mensen die deze test hebben afgerond.
We raden je aan om minimaal 3 oefensets te doen met tijdsdruk. Aan het einde van elke oefenset geven we aan hoe je score zich verhoudt tot de normgroep en of je sneller of juist preciezer moet werken om een zo hoog mogelijke score op je assessment te halen. Op deze manier weet je precies wanneer jij optimaal voorbereid bent.
Bekijk de resultaten van de assessments die je hebt afgerond om te bepalen of je optimaal voorbereid bent voor het onderdeel cijferreeksen. Door op een assessment te klikken, krijg je meer gedetailleerde resultaten te zien met persoonlijk advies gebaseerd op jouw resultaten ten opzichte van de normgroep.
Er zijn verschillende soorten patronen te herkennen die vaak worden toegepast bij Abstracte matrices. Door de uitleg met voorbeeldopgaven van de verschillende patronen goed te bestuderen, zul je de patronen makkelijker herkennen tijdens het assessment, sneller werken en minder fouten maken.
Je kunt direct een gratis abstracte matrix test doen om te kijken wat het is en waar je staat. Na afloop van de test krijg je toegang tot de uitgewerkte antwoorden en zie je hoe goed je hebt gescoord ten opzichte van de andere mensen die deze test hebben afgerond.. Op deze manier kun je eerst rustig zien wat voor soort vragen er voorkomen bij het onderdeel Abstracte Matrix en hoe je deze moet oplossen.
We raden aan om minimaal 3 oefensets te doen met tijdsdruk, omdat dit de beste simulatie vormt van je uiteindelijke assessment. Aan het einde van elke test geven we aan hoe je score zich verhoudt tot de normgroep en of je sneller of juist preciezer moet werken om een zo hoog mogelijke score op je assessment te halen. Op deze manier weet je precies wanneer jij optimaal voorbereid bent.
Evalueer de resultaten van je oefenassessments om te bepalen of je optimaal voorbereid bent voor het het onderdeel abstracte matrices.
Er zijn verschillende soorten patronen te herkennen die vaak worden toegepast bij syllogismen. Door de uitleg met voorbeeldopgaven van de verschillende patronen goed te bestuderen, zul je de patronen makkelijker herkennen tijdens het assessment, sneller werken en minder fouten maken.
We raden aan om minimaal 3 oefensets te doen met tijdsdruk. Aan het einde van elke oefenset geven we aan hoe je score zich verhoudt tot de normgroep en of je sneller of juist preciezer moet werken om een zo hoog mogelijke score op je assessment te halen. Op deze manier weet je precies wanneer jij optimaal voorbereid bent.
Bekijk de resultaten van de assessments die je hebt afgerond om te bepalen of je optimaal voorbereid bent voor het onderdeel cijferreeksen. Door op een assessment te klikken, krijg je meer gedetailleerde resultaten te zien met persoonlijk advies gebaseerd op jouw resultaten ten opzichte van de normgroep.