Solliciteer je bij de politie? De selectie start met een online cognitie- en taaltest van samen ongeveer 50 minuten. De cognitieve capaciteitentest (CCT) is adaptief en bestaat uit cijferpatronen, letterpatronen en woordrelaties; de taaltoets toetst grammatica, begrijpend lezen en woordenschat.
De taaltoets in de politieselectie is de Nederlandse taaltoets van testuitgever Cebir (vastgelegd in de Regeling aanstellingseisen politie); ook de CCT wordt volgens meerdere bronnen via Cebir afgenomen. Zak je voor een onderdeel, dan mag je pas na drie maanden herkansen — goed voorbereid starten loont dus. Oefen hieronder gratis met dezelfde vraagtypen, inclusief uitleg per opgave. Train voor de taaltoets ook je woordenschat met synoniemen en antoniemen.
Er zijn grofweg zes verschillende soorten patronen te herkennen die vaak worden toegepast bij cijferreeksen. Door de uitleg met voorbeeldopgaven van de verschillende patronen goed te bestuderen, zul je de patronen makkelijker herkennen tijdens het assessment, sneller werken en minder fouten maken.
Je kunt direct een gratis cijferreeksen oefenassessment doen om te kijken waar je staat. Na afloop van de test krijg je toegang tot de uitgewerkte antwoorden en zie je hoe goed je hebt gescoord ten opzichte van de andere mensen die deze test hebben afgerond.
We raden je aan om minimaal 3 oefensets te doen met tijdsdruk. Aan het einde van elke oefenset geven we aan hoe je score zich verhoudt tot de normgroep en of je sneller of juist preciezer moet werken om een zo hoog mogelijke score op je assessment te halen. Op deze manier weet je precies wanneer jij optimaal voorbereid bent.
Bekijk de resultaten van de assessments die je hebt afgerond om te bepalen of je optimaal voorbereid bent voor het onderdeel cijferreeksen. Door op een assessment te klikken, krijg je meer gedetailleerde resultaten te zien met persoonlijk advies gebaseerd op jouw resultaten ten opzichte van de normgroep.
Bij het oplossen van Analogieën moet je een relatie tussen twee woorden vinden en deze vervolgens toepassen op twee andere woorden. Denk bijvoorbeeld aan:
damp staat tot water als water staat tot ...
1. verhitten 2. fase 3. vocht 4. ijs 5. verkoelen
De beste manier om analogieën op te lossen is over het algemeen om een logische zin te vormen die beide relaties kan beschrijven. Het antwoord is in dit geval ijs: "Als je damp verkoelt, krijg je water. Als je water verkoelt, krijg je ijs".
Er zijn oneindig veel relaties in de wereld, maar de meeste opgaven in het assessment zijn terug te voeren op een beperkt aantal soorten relaties. Deze meest voorkomende relaties worden hieronder behandeld met een korte uitleg. Door deze uitleg goed door te nemen en de bijbehorende oefenopgaven te maken, zul je de relaties steeds makkelijker herkennen en met vertrouwen je assessment in gaan.
We raden aan om minimaal 3 oefensets te doen met tijdsdruk. Aan het einde van elke oefenset geven we aan hoe je score zich verhoudt tot de normgroep en of je sneller of juist preciezer moet werken om een zo hoog mogelijke score op je assessment te halen. Op deze manier weet je precies wanneer jij optimaal voorbereid bent.
Bekijk de resultaten van de assessments die je hebt afgerond om te bepalen of je optimaal voorbereid bent voor het onderdeel cijferreeksen. Door op een assessment te klikken, krijg je meer gedetailleerde resultaten te zien met persoonlijk advies gebaseerd op jouw resultaten ten opzichte van de normgroep.
Een antoniem is het tegenovergestelde van een synoniem. Bij opgaven bij het onderdeel antoniemen krijg je een woord te zien en moet je uit de mogelijke antwoorden het woord selecteren dat het meest tegengesteld is aan het gegeven woord.
Bijvoorbeeld: Welk woord is het meest tegengesteld aan het woord 'synoniem'?
A: Syllogisme
B: Antoniem
C: Werkwoord
D: Hyperoniem
Het antwoord is B, Antoniem. Niet alle opgaven zullen een antwoord bevatten dat echt tegengesteld is aan het gegeven woord, het is dan de opdracht om het meest tegengestelde woord te vinden.
We raden je aan om minimaal 3 oefensets te doen met tijdsdruk. Aan het einde van elke oefenset geven we aan hoe je score zicht verhoudt tot de normgroep en of je sneller of juist preciezer moet werken om een zo hoog mogelijke score op je assessment te halen. Op deze manier weet je precies wanneer jij optimaal voorbereid bent.
Bekijk de resultaten van de assessments die je hebt afgerond om te bepalen of je optimaal voorbereid bent voor het onderdeel Antoniemen. Door op een assessment te klikken, krijg je meer gedetailleerde resultaten te zien met persoonlijk advies gebaseerd op jouw resultaten ten opzichte van de normgroep.