Er is sprake van een analogie gebaseerd op basis van toename/afname, als beide relaties in een zin gevat kunnen worden zoals: “A is een intensere vorm van B en C is een intensere vorm van D”. Deze relatie moet soms breed opgevat worden.
Voorbeelden van dit soort woordparen zijn: slim-geniaal, boos-woedend, vermakelijk-kostelijk etc.

Deze relatie moet soms breed opgevat worden. Zo kan bijvoorbeeld een overtreding een mildere vorm van een misdrijf zijn. Of mensenschuw een intensere vorm van schuchter.
Oefenen voor analogieen
eenmalig, geen abonnement