TestGorilla Uitspraken vergelijken
Herken tegenspraak, ondersteuning, herhaling en irrelevantie.
Oefen deze vraagsoort
Twee oefensets van tien eigen vragen met uitleg. Bekijk eerst het uitgewerkte voorbeeld.
Na afloop zie je meteen je score en de uitleg.
Volgende oefenset
Oefen verder met nieuwe vragen van dezelfde vraagsoort. Ontgrendel alle sets met premium.
Uitspraken vergelijken: uitleg en voorbeeld
Instructie bij elke vraag
Bekijk bij deze vraag de onderstaande uitspraken en kies het antwoord dat het best beschrijft of uitspraak 2 de redenering van uitspraak 1 tegenspreekt, ondersteunt, herhaalt of er niet relevant voor is. Tegenspreken betekent dat zij het ontkent of het tegendeel impliceert; ondersteunen dat zij het bevestigt of aannemelijker maakt; herhalen dat zij hetzelfde zegt in dezelfde of vergelijkbare woorden; niet relevant dat zij er geen invloed op heeft.
Aanpak
Vergelijk de betekenis en reikwijdte van beide uitspraken.
Veelgemaakte fout
Een uitspraak over hetzelfde onderwerp hoeft het argument nog niet te ondersteunen.
Uitgewerkt voorbeeld
Uitspraak 1: Op zondag trekt de bibliotheek meer bezoekers dan op welke doordeweekse dag ook, omdat veel inwoners doordeweeks geen tijd hebben om langs te komen. De zondagopening voorziet dus in een duidelijke behoefte en moet blijven.
Uitspraak 2: In een enquête onder de leden gaf 62% aan alleen in het weekend tijd te hebben voor een bezoek aan de bibliotheek.
Wat beschrijft de logische relatie tussen deze uitspraken het best?
- Uitspraak 2 spreekt uitspraak 1 tegen.
- Uitspraak 2 ondersteunt uitspraak 1.
- Uitspraak 2 herhaalt uitspraak 1.
- Uitspraak 2 is niet relevant voor uitspraak 1.
Bekijk antwoord en uitleg
Juist: Uitspraak 2 ondersteunt uitspraak 1.
Zoek eerst de redenering in uitspraak 1: doordeweeks hebben veel inwoners geen tijd, daarom is de zondag druk en moet de zondagopening blijven. Vraag je daarna af wat uitspraak 2 toevoegt. Dat is een nieuw gegeven, de enquête, dat precies de genoemde reden bevestigt: ondersteunen. Het verschil met herhalen is dat daarbij geen bewijs bijkomt en dezelfde bewering alleen opnieuw wordt verwoord.
Waarom de andere opties niet kloppen:
- Uitspraak 2 spreekt uitspraak 1 tegen.: Tegenspreken zou uitspraak 2 pas als zij meldde dat de leden doordeweeks juist wel tijd hebben om langs te komen; de enquête bevestigt de genoemde reden in plaats van die te ontkennen.
- Uitspraak 2 herhaalt uitspraak 1.: Herhalen zou het zijn als uitspraak 2 alleen in andere woorden zei dat veel inwoners doordeweeks geen tijd hebben, maar zij voegt met de enquête en het percentage nieuw bewijs toe.
- Uitspraak 2 is niet relevant voor uitspraak 1.: Niet relevant zou de enquête zijn als zij over iets anders ging, bijvoorbeeld over de tevredenheid met de collectie; zij gaat nu precies over de tijd die leden hebben.
Wat je kunt verwachten
- Twee sets van tien vragen met uitleg.
- Eén correct antwoord per vraag. Oefen met of zonder onze oefenklok.
Tips om hoger te scoren
- Vergelijk de betekenis en reikwijdte van beide uitspraken.
- Een uitspraak over hetzelfde onderwerp hoeft het argument nog niet te ondersteunen.
Herken tegenspraak, ondersteuning, herhaling en irrelevantie. Twee oefensets van tien vragen met uitleg. Begin met het voorbeeld en oefen daarna zelfstandig.