Bereken werktempo, bezetting, doorlooptijd en resterend werk. Twee oefensets van tien vragen met uitleg. Begin met het voorbeeld en oefen daarna zelfstandig.
Oefenset 1 bevat tien vragen in de vorm van de TestGorilla-module Problem Solving. Na afloop zie je je score en per vraag welke stap je miste. Maak daarna oefenset 2 en de aparte moduletoets op de TestGorilla-pagina.
Zet de tekst om in een overzicht per tijdvak en tel de prestaties op.
Tel een medewerker in pauze of opleiding niet als productief mee.
Zes verhuizers hebben 4 werkdagen nodig om een complete kantoorverdieping in te pakken en te verhuizen. Voor een even grote verdieping in hetzelfde pand zet het verhuisbedrijf 8 verhuizers in. Alle verhuizers werken even snel en even lang per dag.
Hoeveel werkdagen hebben de 8 verhuizers nodig voor deze verdieping?
Juist: 3 werkdagen
Reken eerst de totale hoeveelheid werk uit in mensdagen: 6 verhuizers x 4 dagen = 24 mensdagen. Die hoeveelheid werk blijft gelijk, dus met 8 verhuizers duurt het 24 / 8 = 3 werkdagen. Controleer de richting: meer mensen betekent minder dagen. Dit heet een omgekeerd evenredig verband.
Waarom de andere opties niet kloppen:
- 2 werkdagen: Hier is per extra verhuizer een dag van de duur afgetrokken (4 - 2); zo werkt een omgekeerd evenredig verband niet.
- 5,3 werkdagen: Hier is verkeerd om geschaald: 4 x 8 / 6, alsof meer verhuizers meer dagen nodig hebben.
- 24 werkdagen: Dit is de totale hoeveelheid werk in mensdagen; die moet nog door 8 verhuizers worden gedeeld.