A Assess.ly
← TestGorilla
Capaciteitentesten

TestGorilla Tekst en cijfers combineren

Bereken werktempo, bezetting, doorlooptijd en resterend werk.

2 van 2 gratis previews

Oefen deze vraagsoort

Twee oefensets van tien eigen vragen met uitleg. Bekijk eerst het uitgewerkte voorbeeld.

▶Oefenset 1· 10 vragen

Na afloop zie je meteen je score en de uitleg.

Start gratis preview →

Volgende oefenset

Oefen verder met nieuwe vragen van dezelfde vraagsoort. Ontgrendel alle sets met premium.

Tekst en cijfers combineren: uitleg en voorbeeld

Aanpak

Bereken het tempo per persoon of groep en tel dat op tot een teamtempo. Haal gedaan werk eraf, deel de rest door dat tempo en rond een aantal mensen naar boven af.

Veelgemaakte fout

Reken niet alsof iedereen even snel en even lang werkt. Nieuwe krachten, parttimers en wie later begint tellen mee met hun eigen tempo en uren.

Uitgewerkt voorbeeld

Zes verhuizers hebben 4 werkdagen nodig om een complete kantoorverdieping in te pakken en te verhuizen. Voor een even grote verdieping in hetzelfde pand zet het verhuisbedrijf 8 verhuizers in. Alle verhuizers werken even snel en even lang per dag.

Hoeveel werkdagen hebben de 8 verhuizers nodig voor deze verdieping?

  1. 2 werkdagen
  2. 3 werkdagen
  3. 5,3 werkdagen
  4. 24 werkdagen
Bekijk antwoord en uitleg

Juist: 3 werkdagen
Reken eerst de totale hoeveelheid werk uit in mensdagen: 6 verhuizers x 4 dagen = 24 mensdagen. Die hoeveelheid werk blijft gelijk, dus met 8 verhuizers duurt het 24 / 8 = 3 werkdagen. Controleer de richting: meer mensen betekent minder dagen. Dit heet een omgekeerd evenredig verband.

Waarom de andere opties niet kloppen:
- 2 werkdagen: Hier is per extra verhuizer een dag van de duur afgetrokken (4 - 2); zo werkt een omgekeerd evenredig verband niet.
- 5,3 werkdagen: Hier is verkeerd om geschaald: 4 x 8 / 6, alsof meer verhuizers meer dagen nodig hebben.
- 24 werkdagen: Dit is de totale hoeveelheid werk in mensdagen; die moet nog door 8 verhuizers worden gedeeld.

Zelf oefenen met nieuwe vragen →

Wat je kunt verwachten

  • Twee sets van tien vragen met uitleg.
  • Eén correct antwoord per vraag. Oefen met of zonder onze oefenklok.

Tips om hoger te scoren

  • Bereken het tempo per persoon of groep en tel dat op tot een teamtempo. Haal gedaan werk eraf, deel de rest door dat tempo en rond een aantal mensen naar boven af.
  • Reken niet alsof iedereen even snel en even lang werkt. Nieuwe krachten, parttimers en wie later begint tellen mee met hun eigen tempo en uren.

Bereken werktempo, bezetting, doorlooptijd en resterend werk. Twee oefensets van tien vragen met uitleg. Begin met het voorbeeld en oefen daarna zelfstandig.