Kies snel een goede benadering van een berekening. Twee oefensets van tien vragen met uitleg. Begin met het voorbeeld en oefen daarna zelfstandig.
Oefenset 1 bevat tien vragen in de vorm van de TestGorilla-module Numerical Reasoning. Na afloop zie je je score en per vraag welke stap je miste. Maak daarna oefenset 2 en de aparte moduletoets op de TestGorilla-pagina.
Rond getallen bewust af en vergelijk de orde van grootte met de antwoordopties.
Te vroeg of steeds naar dezelfde kant afronden kan de schatting vertekenen.
Een schoonmaakbedrijf koopt 39 dozen vuilniszakken van € 21,40 per doos.
Welk bedrag ligt het dichtst bij de totale inkoopkosten?
Juist: € 840
Rond beide getallen af naar een handig getal en let daarbij op de richting van de afronding. 39 is bijna 40 en € 21,40 is net iets meer dan € 20: 40 x 20 = 800. Het aantal is naar boven afgerond en de prijs naar beneden, dus die twee afwijkingen heffen elkaar grotendeels op en het echte bedrag ligt vlak bij 800. Exact is het € 834,60, dus € 840 ligt het dichtstbij.
Waarom de andere opties niet kloppen:
- € 600: Hier is 39 naar 30 afgerond in plaats van naar 40: 30 x € 20, bijna een kwart te weinig dozen.
- € 1.000: Hier is de prijs naar € 25 afgerond in plaats van naar € 20: 40 x € 25, bijna € 4 per doos te veel.
- € 1.250: Hier zijn het aantal en de prijs allebei fors naar boven afgerond: 50 x € 25.