Herstel een planning nadat een voorwaarde verandert. Twee oefensets van tien vragen met uitleg. Begin met het voorbeeld en oefen daarna zelfstandig.
Oefenset 1 bevat tien vragen in de vorm van de TestGorilla-module Problem Solving. Na afloop zie je je score en per vraag welke stap je miste. Maak daarna oefenset 2 en de aparte moduletoets op de TestGorilla-pagina.
Markeer wat verandert en welke afspraken nog steeds gelden.
Een oplossing van de oorspronkelijke planning hoeft na de wijziging niet meer geldig te zijn.
Een wijkverpleegkundige bezoekt elke ochtend vijf cliënten, A tot en met E, achter elkaar. De strook toont de route zoals die nu is ingepland (links eerst, rechts laatst). Vanaf maandag moet cliënt D als eerste aan de beurt komen, omdat zijn medicijnen vóór 8.00 uur gegeven moeten worden. De andere cliënten houden hun onderlinge volgorde.
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
|---|---|---|---|---|
| B | A | E | D | C |
Welke cliënt wordt in de nieuwe route als derde bezocht?
Juist: A
Zet bij een verschuiving eerst de cliënt vast die verhuist: D komt op plaats 1. Haal D daarna uit de oude rij en schuif de rest op zonder hun volgorde te veranderen: B, A, E, C. De nieuwe route is dus D, B, A, E, C en op plaats 3 staat cliënt A. Wie alleen de oude strook afleest, kiest E, maar E schuift door de invoeging van D één plaats op.
Waarom de andere opties niet kloppen:
- B: B stond vooraan en schuift één plaats op, naar plaats 2.
- C: C blijft de laatste cliënt van de route en staat op plaats 5.
- E: E stond op plaats 3, maar schuift door de invoeging van D op naar plaats 4.