TestGorilla Percentages
Bereken groei, korting, procentpunten en oorspronkelijke waarden.
Oefen deze vraagsoort
Twee oefensets van tien eigen vragen met uitleg. Bekijk eerst het uitgewerkte voorbeeld.
Na afloop zie je meteen je score en de uitleg.
Volgende oefenset
Oefen verder met nieuwe vragen van dezelfde vraagsoort. Ontgrendel alle sets met premium.
Percentages: uitleg en voorbeeld
Aanpak
Bepaal eerst over welke waarde elk percentage gaat. Werk met groeifactoren: vermenigvuldig ze na elkaar en deel erdoor als je terugrekent.
Veelgemaakte fout
Tel opeenvolgende percentages niet op en deel een verschil niet door de nieuwe waarde. Elk percentage hoort bij zijn eigen basis.
Uitgewerkt voorbeeld
Een fietsenwinkel verkocht vorig jaar 640 elektrische fietsen. Dit jaar zijn dat er 800.
Met hoeveel procent is de verkoop van elektrische fietsen gestegen?
- 20%
- 25%
- 80%
- 125%
Bekijk antwoord en uitleg
Juist: 25%
Een procentuele verandering bereken je altijd ten opzichte van de oude waarde: (nieuw - oud) / oud x 100. Het verschil is 800 - 640 = 160 fietsen. 160 / 640 = 0,25, dus de verkoop is met 25% gestegen. Controleer: 25% van 640 is 160 en 640 + 160 = 800.
Waarom de andere opties niet kloppen:
- 20%: Hier is het verschil van 160 gedeeld door de nieuwe waarde 800 in plaats van door de oude waarde 640.
- 80%: Dit is de oude verkoop als percentage van de nieuwe (640 / 800); dat is geen stijging.
- 125%: Dit is de nieuwe verkoop als percentage van de oude (800 / 640); de stijging is alleen het deel boven de 100%.
Wat je kunt verwachten
- Twee sets van tien vragen met uitleg.
- Eén correct antwoord per vraag. Oefen met of zonder onze oefenklok.
Tips om hoger te scoren
- Bepaal eerst over welke waarde elk percentage gaat. Werk met groeifactoren: vermenigvuldig ze na elkaar en deel erdoor als je terugrekent.
- Tel opeenvolgende percentages niet op en deel een verschil niet door de nieuwe waarde. Elk percentage hoort bij zijn eigen basis.
Bereken groei, korting, procentpunten en oorspronkelijke waarden. Twee oefensets van tien vragen met uitleg. Begin met het voorbeeld en oefen daarna zelfstandig.