TestGorilla Gevolgtrekkingen
Bepaal wat gegevens wel en niet ondersteunen.
Oefen deze vraagsoort
Twee oefensets van tien eigen vragen met uitleg. Bekijk eerst het uitgewerkte voorbeeld.
Na afloop zie je meteen je score en de uitleg.
Volgende oefenset
Oefen verder met nieuwe vragen van dezelfde vraagsoort. Ontgrendel alle sets met premium.
Gevolgtrekkingen: uitleg en voorbeeld
Instructie bij elke vraag
Lees bij deze vraag de onderstaande passage en ga ervan uit dat alles wat erin staat waar is. Kies de conclusie die op grond van de passage gerechtvaardigd is, zonder dat je er iets bij hoeft aan te nemen.
Aanpak
Scheid waarnemingen, vermoedens en bewezen conclusies. Let op de onderzochte groep.
Veelgemaakte fout
Een steekproef of samenhang bewijst niet zonder meer een algemene oorzaak.
Uitgewerkt voorbeeld
Passage: De gemeente Weststeden voerde in januari een afvalpas in voor de ondergrondse containers. In het halfjaar daarna daalde het restafval van 9 naar 7 kilo per inwoner per maand. Het gescheiden ingezamelde plastic steeg in dezelfde periode van 2 naar 3 kilo per inwoner per maand. In maart kreeg elk huishouden bovendien een gratis rol zakken voor plastic afval.
Welke conclusie volgt uit de passage?
- Het restafval daalde per inwoner met meer kilo's dan het plastic steeg.
- Het restafval daalde per inwoner van 9 naar 7 kilo, procentueel sterker dan het plastic steeg.
- De afvalpas heeft het restafval in dit halfjaar met 2 kilo per inwoner verminderd.
- Elk huishouden in Weststeden bracht na de invoering minder restafval naar de containers.
Bekijk antwoord en uitleg
Juist: Het restafval daalde per inwoner met meer kilo's dan het plastic steeg.
Bij dit vraagtype mag je niets aannemen wat er niet staat. Zet daarom eerst de harde cijfers naast elkaar: het restafval daalde met 9 - 7 = 2 kilo en het plastic steeg met 3 - 2 = 1 kilo. In kilo's is de daling dus groter dan de stijging, en dat volgt rechtstreeks uit die twee getallen. Let op het verschil met een vergelijking in procenten: 2 van 9 is ruim 20%, terwijl 1 van 2 gelijkstaat aan 50%. De overige opties voegen een oorzaak toe of maken van een gemiddelde een uitspraak over elk huishouden.
Waarom de andere opties niet kloppen:
- Het restafval daalde per inwoner van 9 naar 7 kilo, procentueel sterker dan het plastic steeg.: In procenten daalde het restafval met ruim 20% terwijl het plastic met 50% steeg, dus die vergelijking valt juist andersom uit.
- De afvalpas heeft het restafval in dit halfjaar met 2 kilo per inwoner verminderd.: In maart kwamen er ook gratis zakken voor plastic; dat de daling na de pas kwam, bewijst niet dat de pas haar veroorzaakte.
- Elk huishouden in Weststeden bracht na de invoering minder restafval naar de containers.: De cijfers zijn gemiddelden per inwoner; afzonderlijke huishoudens kunnen juist meer restafval zijn gaan aanbieden.
Wat je kunt verwachten
- Twee sets van tien vragen met uitleg.
- Eén correct antwoord per vraag. Oefen met of zonder onze oefenklok.
Tips om hoger te scoren
- Scheid waarnemingen, vermoedens en bewezen conclusies. Let op de onderzochte groep.
- Een steekproef of samenhang bewijst niet zonder meer een algemene oorzaak.
Bepaal wat gegevens wel en niet ondersteunen. Twee oefensets van tien vragen met uitleg. Begin met het voorbeeld en oefen daarna zelfstandig.