Lettercodes — van letters naar cijfers
Elke letter staat voor precies één cijfer. Je krijgt één woord mét zijn code; het tweede woord bestaat uit dezelfde letters in een andere volgorde, en jij zoekt de bijbehorende code.
Stap 1. Lees de vertaling per positie af: de eerste letter hoort bij het eerste cijfer, de tweede bij het tweede, enzovoort.
Stap 2. Schrijf de koppeling kort uit (bijvoorbeeld D=4, I=1, E=3, R=2) — dat voorkomt de klassieke verwisselfout.
Stap 3. Zet het tweede woord letter voor letter om en vergelijk je uitkomst met de antwoordopties. Let op opties waarin dezelfde cijfers in nét een andere volgorde staan: dat is de bedoelde valkuil.